Correcte positioneren van vastpunten en glijbevestigingen

Deze factoren zijn belangrijk voor een veilige bevestiging

Statische vastpunten en beweging mogelijk makende glijbevestigingen zijn van doorslaggevend belang voor een stabiele en veilige bevestiging van leidingen. Er moet immers op aangemeten wijze rekening worden gehouden met thermische lengteveranderingen en uitzettingen om mechanische spanningen te kunnen compenseren en dure schades zoals het knikken, verdraaien of uit elkaar glijden van de leidingen te vermijden.

  • Glijbevestigingen zorgen voor een veilige ophanging van het leidingsysteem en maken een flexibele, maar gerichte lengte-uitzetting van de leiding bij temperatuurveranderingen mogelijk. Daardoor verhinderen zij beknellingen en ongewenste krachtoverbrengingen.
  • Vastpunten houden het systeem als geheel stabiel, door de optredende krachten en voorvallen af te voeren naar het bouwwerk.

Bij een vakkundige planning en installatie van vastpunten en glijbevestigingen moet rekening worden gehouden met twee maatgevende factoren: de belastingen en het uitzettingsgedrag van de gebruikte materialen. 

1. Belastingen

De installatie moet bestand zijn tegen diverse belastingen. Om die correct te kunnen inschatten is het absoluut noodzakelijk om de krachten te bepalen die op de leiding inwerken en om de totale massa te bepalen. Deze bestaat uit het eigen gewicht van de leiding plus de isolatie en de inhoud, d.w.z. het medium dat zich in de leiding bevindt.
 
Deze belastingen en eventuele drukgerelateerde voorvallen moeten worden vergeleken met de maximale aanbevolen belasting om ontoelaatbare vervormingen of een leidingbreuk met zekerheid uit te sluiten. Voordat er wordt begonnen met de planning en het ontwerp van de leiding, dient men zich eerst op de hoogte te stellen van de inbouwadviezen en de verdere informatie van de fabrikant.

Belangrijk: Bij de planning van de lay-out van bevestigingsconstructies zou de maximaal aanbevolen belasting in geen geval overschreden moeten worden!

De aangegeven breuklast dient slechts om een veilige inschatting te kunnen maken van de waarschijnlijkheid dat een leiding het niet zal begeven. Zijn alleen breuklasten aangegeven, dan moeten deze met de veiligheidsfactor (S = 1,5 tot 3,0) worden verlaagd.

2. Het uitzettingsgedrag van de gebruikte materialen

Metalen en kunststoffen zetten uit bij oplopende temperatuur en krimpen weer bij afnemende temperatuur - afhankelijk van het materiaal, de temperatuurverschillen en de leidinglengte. 
 
Voordat de leiding geïnstalleerd wordt, zouden deze thermisch bepaalde lengteveranderingen berekend moeten worden: 

∆L = L • ∆T • α
 
∆L = Lengte-uitzetting in mm           L = Lengte van de leiding/sectie in m
∆T = Temperatuurverschil in K        α = Lengte-uitzettingscoëfficiënt in mm/m • K

De lengte-uitzettingscoëfficiënten (α) onderscheiden zich per materiaal: Bij kunststof leidingen treden onder dezelfde omstandigheden duidelijke grotere lengte-uitzettingen op dan bij metalen leidingen.

Conclusie  

Voor een doelgericht gebruik van vastpunten en glijbevestigingen is een nauwkeurige analyse van de te verwachten belastingen alsook de uitzetting van de gebruikte materialen al in de planningsfase noodzakelijk. Alleen op deze manier kan een goed en veilig ontwerp van de leidingenbevestiging worden uitgevoerd voor de specifieke toepassing.
Heeft u technische ondersteuning nodig bij uw project?